Gepubliceerd op:1 juni 2026

Hebben de maatregelen in de Wab gezorgd voor “meer vast en minder flex”?

Op 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking getreden. De Wab bestaat uit verschillende maatregelen die onderverdeeld zijn in drie delen: 1) maatregelen rondom flexibele arbeid, 2) aanpassingen in het ontslagrecht, en 3) aanpassingen van de werkgeverspremie voor de WW. SEOR heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in samenwerking met Regioplan, Cebeon, Centerdata en de Erasmus Universiteit Rotterdam de Wab geëvalueerd. Het onderzoek heeft vier rapporten opgeleverd: drie afzonderlijke rapporten per deelonderzoek (flexibele arbeid, ontslagrecht en premiedifferentiatie) en een overkoepelend syntheserapport.

Een van de doelen van de Wab was om de kosten- en risicoverschillen tussen contractvormen, vooral tussen flexibele en vaste contracten, te verminderen. Dit is in de praktijk slechts in beperkte mate gelukt. Dit komt omdat veel van de maatregelen uit de Wab relatief kleine aanpassingen waren in al bestaande wetgeving. Daarnaast zit in de maatregelen ook de afweging tussen wendbaarheid van werkgevers en zekerheid voor werknemers, wat maakt dat de maatregelen elkaar niet altijd versterken, maar soms juist dempen. Daar komt bij dat werkgevers en werknemers lang niet altijd op de hoogte zijn van de maatregelen en de maatregelen ook niet altijd goed worden nageleefd.

Het verminderen van kosten- en risicoverschillen heeft als doel dat werkgevers deze verschillen minder zwaar laten meewegen bij beslissingen over contractvormen en vaker hun keuze laten leiden door de aard van het werk. Werkgevers zelf zeggen dat kosten- en risicoverschillen niet de belangrijkste factoren zijn bij keuzes over contractvormen, maar dat de prestaties en expertise van de werknemer en de hoeveelheid toekomstig beschikbaar werk belangrijker zijn in deze afweging. Dit neemt niet weg dat (in ieder geval een deel van de) werkgevers wel reageert op prikkels die de verschillen verminderen. Daarnaast zien we in dit onderzoek dat contextfactoren (krapte op de arbeidsmarkt en bedrijfs- en sectorcultuur) een belangrijke rol spelen in de keuze voor contractvormen.

Omdat het effect van de Wab op deze kosten-en risicoverschillen voor veel van de maatregelen beperkt is gebleven, is ook de doorwerking naar de aantrekkelijkheid van het vaste contract beperkt gebleven. De twee belangrijkste effecten van de Wab komen van de verruiming van de ketenbepaling en de invoering van de WW-premiedifferentiatie. De uitbreiding van de ketenbepaling vertraagt de doorstroom van flex naar vast, omdat werkgevers nu langer de tijd hebben om iemand op een flexibel contract aan te houden. De invoering van de WW-premiedifferentiatie is voor werkgevers juist een stimulans om eerder een vast contract aan te bieden.

De Wab beoogt de werk- en inkomenszekerheid van flexwerkers te verhogen. Voor oproepkrachten lijkt dit, mede vanwege beperkte bekendheid en naleving van de maatregelen, niet te zijn gelukt. Voor payrollwerknemers lijken de maatregelen wel een gunstig effect te hebben op de inkomenszekerheid van deze groep. De werkzekerheid wordt echter niet direct verhoogd door de Wab.

Syntheserapport-Evaluatie Wab

Eindrapport-Evaluatie Wab Premiedifferentiatie

Eindrapport-Evaluatie Wab Ontslagrecht

Eindrapport-Evaluatie Wab Flexibele arbeid

Auteurs

In samenwerking met: Regioplan, Cebeon, Centerdata en Erasmus Universiteit

Opdrachtgever: Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid