Gepubliceerd op:7 juli 2026

SEOR heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU) gemonitord en geëvalueerd. De evaluatie richt zich op de uitvoering, het bereik, de additionaliteit, de effectiviteit en de impact van de regeling.

De MDIEU had als doel dat zoveel mogelijk mensen gemotiveerd, gezond en productief hun pensioen kunnen bereiken. Het onderdeel duurzame inzetbaarheid (DI) was bedoeld om werkgevers en werknemers te stimuleren hier meer aandacht aan te besteden. Zo moest duurzame inzetbaarheid een vanzelfsprekend onderdeel worden van personeelsbeleid en werkenden meer eigen regie kunnen voeren. Het onderdeel eerder uittreden bood tijdelijke financiële ondersteuning aan sectoren en bedrijven om een regeling voor vervroegde uittreding (RVU-regeling) aan te bieden aan oudere werknemers die moeite hebben om gezond werkend hun pensioen te bereiken.

Voor de monitoring en evaluatie heeft SEOR een beleidstheorie opgesteld en verschillende onderzoeksactiviteiten uitgevoerd. Het onderzoek combineert enquêtes onder werknemers, werkgevers en projectleiders, interviews met sociale partners, SZW, werknemers en werkgevers, analyses van bestaande gegevens zoals cao’s en einddeclaraties van de projecten, en analyses met CBS-microdata. Met de CBS-microdata is onder meer gekeken naar het netto-bereik van RVU-deelnemers en gezondheidseffecten van RVU-deelname.

De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn:

  • Bereik. De MDIEU had een groot bereik. In totaal is voor 529 miljoen euro subsidie verleend aan 107 sectorale projecten en 727 bedrijfsprojecten. Meer dan 50% van de werknemers in Nederland was werkzaam in een sector met een MDIEU-project. De sectorale opzet van de regeling, met een belangrijke rol voor sociale partners, heeft eraan bijgedragen dat grote delen van de arbeidsmarkt werden bereikt.
  • Uitvoering. Het maatwerkidee van de regeling gaf veel ruimte om in te spelen op de behoeften van werknemers en werkgevers. Dat werd gezien als een belangrijke voorwaarde voor succesvolle maatregelen. De keerzijde was dat de regeling veelomvattend en complex was in de uitvoering. Desondanks wijst de procesevaluatie uit dat aanvragers in grote mate tevreden waren over het uitvoeringsproces.
  • <strong>Netto bereik. Met DI-activiteiten zijn kwetsbare groepen gedeeltelijk bereikt. Ouderen zijn relatief goed vertegenwoordigd, maar flexwerkers, zzp’ers, werknemers met fysiek zwaar werk en kleinere bedrijven blijven achter. Bij de RVU-regelingen spelen zwaar werk en gezondheid duidelijk een rol bij deelname, maar de regeling bereikt niet uitsluitend werknemers die zonder RVU hun pensioen niet gezond zouden bereiken. Ook positievere redenen, zoals willen genieten van pensioen, spelen mee.
  • <strong>Additionaliteit: wat was er zonder de MDIEU gebeurd? Bij DI is sprake van gedeeltelijke additionaliteit. Een deel van de subsidie is gebruikt voor reeds geplande activiteiten, maar de MDIEU heeft ook geleid tot intensivering van activiteiten en ontwikkeling van nieuwe activiteiten. Bij de RVU-regelingen geldt dat regelingen in veel sectoren waarschijnlijk ook zonder MDIEU tot stand waren gekomen, maar dan vermoedelijk met minder deelnemers. Op individueel niveau is de additionaliteit van de RVU groter: deelnemers traden gemiddeld eerder uit dan zonder RVU het geval zou zijn geweest.
  • <strong>Effectiviteit. Bij duurzame inzetbaarheid zijn de effecten vooral zichtbaar aan het begin van de effectketen, zoals meer bewustwording, kennis en bereidheid tot actie. De effecten verderop in de keten zijn beperkter: er zijn weinig aanwijzingen dat deelname leidt tot minder zwaar werk of langer willen en kunnen doorwerken. Bij de RVU worden positieve gezondheidseffecten gevonden: deelnemers ervaren na uittreding minder fysieke en psychische klachten, en een vergelijking met een controlegroep wijst op lagere zorgkosten.
  • Impact. De MDIEU heeft duurzame inzetbaarheid verder op de agenda gezet en volgens projectleiders bijgedragen aan cultuurverandering. Veel activiteiten worden voortgezet na de MDIEU. Tegelijkertijd zijn er weinig aanwijzingen dat de regeling op korte termijn heeft geleid tot een hogere verwachte uittreedleeftijd of duidelijke verbetering van algemene DI-indicatoren. De problematiek rondom DI vereist dus ook na de MDIEU veel aandacht en is een zaak van lange adem.

</p>

Expertise
Rapportage

Auteurs

In samenwerking met:  

Opdrachtgever: Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid